Wintersale! 10% korting met kortingscode WinterSale2022 .

Waarom Insuline Resistentie vaak verward wordt met zomereczeem

Schuurt jouw paard omdat deze reageert op mugjes of omdat er een overreactie is op suikers? Kriebel in de zomer wordt vaak al snel gekoppeld aan zomereczeem. Echter zijn er veel paarden die helemaal geen zomereczeem hebben, maar Insuline Resistentie. Beide aandoeningen hebben dan ook veel overeenkomsten in de symptomen, maar de oorzaak en behandeling is wel degelijk anders.  Weet jij het verschil tussen Insuline Resistentie (IR) en Zomereczeem? Omdat Insuline Resistentie onbekender is gaan we in dit artikel dieper in op deze aandoening.

Hoe herken je Insuline Resistentie bij jouw paard?

De duidelijkste kenmerken van Insuline Resistentie bij paarden zijn de verharde en verdikte manenkam. Hier zijn dan ook vaak rimpels te zien. Paarden schuren ook vaak hun manen door de irritatie. Ook vinden muggen Insuline Resistente paarden vaak interessant, mogelijk door het zoetere bloed en de verminderde weerstand.

Andere IR kenmerken zijn vetophopingen bij de staartwortel en vetkwabben achter het schouderblad. Bij merries is er ook vaak een verdikking bij de navel en bij ruinen (vaker dan bij hengsten) een gezwollen koker.

Deze Insuline Resistente paarden zijn vaak stram, stijf en kort in de beweging. De spieren zijn hard en niet kneedbaar. Maar het grootste probleem bij IR is hoefbevangenheid. De verwerking van grote hoeveelheid suikers in darmen verandert de darmflora en daardoor ook de darmwand. Deze verandering zorgt voor een loslating in de darmwand (basaalmembraan) waardoor er enzymen vrijkomen in het bloed. Via het bloed worden deze enzymen door het lichaam verspreid en veroorzaken ook dit loslatingsproces in o.a. het basaalmembraan in de hoef. Door de vetopslag in het gehele lichaam bij IR is er ook een verminderde doorbloeding in de benen waardoor hoefbevangenheid ontstaat.

Suikers in het lichaam

Voordat we verder ingaan op wat Insuline Resistentie is, is het verstandig eerst meer te vertellen over hoe het paardenlichaam omgaat met suikers en hoe deze worden verwerkt. Er zijn namelijk twee soorten koolhydraten die het paard binnen krijgt via voeding:

  • Oplosbare koolhydraten (suiker en zetmeel): deze kunnen door de dunnen darm worden afgebroken en opgenomen. Deze koolhydraten leveren snelle energie voor het paard. Een teveel van deze koolhydraten zorgt ervoor dat er onverteerde koolhydraten in de dikke darm komen die de darmflora verstoren.
  • Complexe koolhydraten (vezels): deze worden in de dikke darm verteert met behulp van bacteriën. Hierbij komen vluchtige vetzuren vrij die het paard kan gebruiken als een langzame, continue energiebron .

Vanuit de darmen wordt de suiker opgenomen in het bloed, van waaruit het naar alle organen gaat.

Hoe wordt het bloedsuikergehalte geregeld?

De hypofyse, een orgaan bij de hersenen, is de regelaar van het bloedsuikergehalte in het bloed. De hypofyse meet hoe hoog het bloedsuikergehalte is, maar ook hoeveel insuline er in het bloed zit. Door andere organen aan te sturen zorgt de hypofyse ervoor dat er een constant bloedsuikergehalte is in het bloed. De hypofyse stuurt bijvoorbeeld de alvleesklier aan, daar wordt namelijk insuline gevormd. Insuline is een hormoon dat als belangrijkste functie heeft om glucose vanuit het bloed te transporteren door de celwanden (met behulp van insulinereceptoren) heen de cel in. In de cel kan de glucose dan worden gebruikt als brandstof (energie) of opgeslagen worden als vet.

De hypofyse en alvleesklier werken nauw met elkaar samen via een terugkoppelingssysteem van receptoren. Dit systeem laat weten of er meer insuline nodig is om de bloedsuikerspiegel te verlagen of dat er juist vet moet worden omgezet naar glucose (gluconeogenese) om te kunnen verbranden in de cel.

Hoe meer suikers er in de voeding zit, hoe meer insuline er nodig is om de bloedsuikerspiegel in balans te houden. En daar kan het mis gaan.

Wat is Insuline Resistentie?

Bij Insuline Resistentie verandert de structuur van de celwand waardoor de insulinereceptoren minder goed reageren op de insuline. Daardoor is er steeds meer insuline nodig om glucose door de celwand te transporteren. De alvleesklier werkt hierdoor overuren om te kunnen voldoen aan de insulinevraag van het lichaam. Zodra de opname van glucose is verandert door de Insuline Resistentie ontstaat er een slecht functionerend terugkoppelingssysteem. Hierdoor blijven de cellen de glucose opslaan als vet en komt de verbranding van glucose veel te traag op gang bij arbeid. En doordat de insulinereceptoren minder goed werken kan nieuwe glucose moeilijker de cellen binnen komen waardoor paarden stijf en traag worden in de beweging.

Wat zijn de gevolgen van Insuline Resistentie?

Insuline Resistentie wordt niet altijd direct herkend als Insuline Resistentie aangezien er diverse klachten kunnen ontstaan. De meest bekende klachten zijn de harde manenkam en een vetophoping op de manenkam, staartaanzet en buik. Maar paarden kunnen ook hoefbevangen en spierbevangen worden door IR. Ook verergeren vaak artritis klachten, krijgen paarden rugklachten en hebben stijve spieren. Meestal hebben paarden met IR overgewicht (of krijgen overgewicht), maar ondergewicht kan ook een gevolg zijn. Paarden met IR zijn ook gevoeliger voor ontstekingen. IR veroorzaakt namelijk vetopslag in het gehele lichaam waardoor er extra cytokinen (een eiwit dat o.a. betrokken is bij ontstekingsbevordering) vrijkomen en het paard daardoor gevoeliger is voor ontstekingen.

Waardoor ontstaat Insuline Resistentie?

Voeding, Stress, Infectie en hormoonproblemen van merries zijn de belangrijkste oorzaken van Insuline Resistentie. Waarbij voeding de grootste boosdoener is. Paarden zijn niet gemaakt om grote hoeveelheden suiker te verwerken, waardoor de darmflora van slag raakt. Krachtvoer dat hoog in het suiker (of koolhydraten) is of rijk gras/hooi kan suikerpieken veroorzaken die het paard niet kan verwerken. Bij een constante hoge aanvoer van suiker in de voeding zal het paard steeds meer insuline aan moeten maken waardoor de alvleesklier “overwerkt” raakt en het paard insulineresistent zal worden. Niet alle paarden zullen hier direct last van hebben, maar de koudbloeden (IJslanders, Fjorden etc.) zijn hier een stuk gevoeliger voor. Belangrijk is wel om paarden voldoende vitamines en mineralen te verstrekken. Een tekort hieraan kan ook bijdragen aan het ontstaan van Insuline Resistentie.

(Langdurige) stress kan ook Insuline resistentie veroorzaken. De stresshormonen (adrenaline en cortisol) vragen een snelle verbranding in de cel zodat het lichaam klaar is om te vluchten indien nodig. Als dit constant in het lichaam plaats vindt (bijvoorbeeld door lang op stal staan, gebrek aan soortgenoten) ontstaat er een disbalans in het lichaam dat kan leiden tot IR.

Maar ook een darminfectie of acute infectie in een been of in de luchtwegen kan bijdragen aan het ontstaan van IR. Bij een darminfectie raakt de darmflora van slag wat er toe kan leiden dat de glucoseopname en verwerking wordt verstoord.

Ook merries die langdurig hormonen toegediend krijgen om de hengstigheid te reguleren hebben een kans om IR te worden. Merries die geen hengstigheid laten zien kunnen IR zijn. Dit heeft te maken met een verstoring van de hormonen die vanuit de hypofyse worden gereguleerd.

Hoe pak je Insuline Resistentie aan?

Belangrijkste is om de voeding van jouw paard onder de loep te nemen. Reduceer de hoeveelheid suiker die het paard binnenkrijgt door:

  • Krachtvoer met laag suiker (of vervangen door een balancer)
  • Ruwvoer met laag suiker en/of arm gras (veel kruiden, onbemest en doorgeschoten)
  • Houd de fructaanindex in de gaten en zet jouw paard niet op het gras als het fructaan hoog is
  • Toevoegen van Omega 3 vanwege de ontstekingsremmende werking (bijvoorbeeld zalmolie)
  • Toevoegen van magnesium
  • Reduceren van stress

Sommige Insuline Resistente paarden tonen moe en hebben een gebrek aan energie en werklust. Het is een valkuil om deze paarden hoger in krachtvoer te zetten. De suikers in dit voer maken het probleem dan namelijk erger. Deze paarden hebben meer baat bij het toevoegen van een vet als energiebron en (meestal) afvallen.

Let op! Bij extreme droogte of arme grond kan het gras gestresst raken, dit gras gaat dan extra suiker aanmaken om zichzelf te beschermen. Let dus goed op of het land waar jouw paard op staat wel geschikt is, laat eventueel een analyse uitvoeren.

Wat heeft zomereczeem te maken met Insuline resistentie?

Eigenlijk niets, maar toch ook weer wel! Een paard dat overgevoelig is voor de steek van knutten (voor het speeksel dat achterblijft na het steken) hoeft niet insuline resistent te zijn. Deze paarden hebben een allergische reactie op de insectensteken waardoor er kriebel ontstaat. Bij eczeem zijn er in de huid een verhoogde hoeveelheid ontstekingsbevorderende stoffen aanwezig waar een jeukreactie op ontstaat wanneer ze in aanraking komen met het eiwit in het speeksel van de culicoïdes mug.

Maar paarden met Insuline Resistentie kunnen wel zomereczeem ontwikkelen. De vetophopingen bij staart en manen veroorzaken irritatie (en een grotere hoeveelheid ontstekingsbevorderende stoffen) en ook is de weerstand van Insuline Resistentie paarden lager. Doordat het paard gaat schuren ontstaat er schade aan de huid, wat weer meer ontstekingsreacties veroorzaakt en het paard nog meer allergische reacties krijgt.

Zomereczeem kan dus wel worden getriggerd door Insuline resistentie.

Conclusie:

Insuline Resistentie en Zomereczeem zijn twee verschillende kwalen. Door een te grote (constante) suikeropname raakt de alvleesklier overwerkt. Hierdoor is er steeds meer insuline nodig om glucose te kunnen transporteren in een cel. Ook gaat het lichaam in een stand waarbij de meeste glucose wordt opgeslagen als vet. Hierdoor ontstaan de kenmerkende vetophopingen op de manenkam en de staartaanzet.

Deze vetophopingen veroorzaken kriebel en maken het paard aantrekkelijk voor mugjes. Insuline resistentie is dus geen zomereczeem, maar zomereczeem kan wel worden getriggerd door insuline resistentie.

In de zomerperiode is het erg belangrijk om de fructaanindex in de gaten te houden als jouw IR paard op het gras staat. Een hoge fructaanindex betekent dat er veel suikers in het gras zitten wat gevaarlijk is voor een IR paard.

Wist je dat magnesium een belangrijke rol speelt in het stabiliseren van de insulinereceptoren, het reguleren van ontstekingsprocessen in het onderhuidse vet en het stabiliseren van de celwand? Daarom wordt bij Insuline Resistente paarden vaak magnesium ingezet. Ook Cannabinoiden dragen bij aan het in balans brengen van het lichaam.

Bronnen:

  • www.holistischdierenarts.nl/insulineresistentie-bij-paarden
  • Voervergelijk.nl
  • www.paardenarts.nl
Menu sluiten
Heltie
1