Gratis verzending boven €30, voor 15:30u besteld is dezelfde dag verzonden!

Ben jij al voorbereid op het weideseizoen?

De lente is losgebarsten en je kan het gras bijna zien groeien. Dat betekent dat de paarden bijna weer het weiland in mogen! Heerlijk natuurlijk, maar er zijn wel een paar aandachtspunten bij de overgang van stal naar weide. Hoe zorg je voor een probleemloos begin van het weideseizoen en een gezond paard?

Om te beginnen zorg je natuurlijk dat de weide er klaar voor is. Check de afrastering op gaten en scherpe uitsteeksels. Zorg dat het stroomdraad overal werkt en dat de hekken soepel open- en vooral ook dichtgaan. Ook de watervoorziening is van belang. Maak waterbakken schoon en zorg dat automatische waterbakjes functioneren.

Check de weide ook op onkruid dat giftig voor paarden kan zijn, zoals zaailingen van de Gewone Esdoorn (Acer pseudoplatanus). Deze zaailingen komen in het voorjaar op, vooral als er esdoorns naast je weiland staan. Later in het jaar kunnen ongewenste planten zoals jacobskruiskruid de kop opsteken. Hoewel veel paarden giftige planten mijden, kan bij onvoldoende gras een paard toch ‘noodgedwongen’ giftige planten gaan eten. Let op dat jonge paarden vaak nieuwsgierig zijn en minder kieskeurig grazen.

Kale plekken in de wei?

Als de grasmat niet meer aangesloten is, kan het verstandig zijn om door te zaaien. Dit moet je wel zo vroeg mogelijk doen. Als het andere gras al hoog staat, hebben de jonge plantjes weinig kans. Bovendien moet je even wachten met beweiden tot het jonge gras gegroeid is. Doorzaaien kan vanaf een bodemtemperatuur van ongeveer 6 graden Celsius. Je grasmat wordt er beter van, je krijgt minder onkruid en de grasopbrengst neemt toe. Doorzaaien doe je tussen half februari en eind maart, of in oktober/november.

Een grashoogte van 5 cm of hoger is aanbevolen voor paarden en pony’s. Deze minimumhoogte is vooral om te voorkomen dat de paarden zand binnen krijgen. Je kan aanhouden dat een paard dat zeven uur graast op een wei van minimaal 5 cm hoog, voldoende kan eten voor de hele dag wanneer hij niet werkt. Dit is pure graastijd, dus zonder pauzes om te spelen of te slapen.

Pas op voor hoefbevangenheid en koliek

Niet alleen het weiland, ook je paard moet voorbereid zijn op dagelijkse weidegang. De meeste paardeneigenaren weten wel dat je een paard niet vanuit de stal of paddock rechtstreeks dag en nacht in hoog gras moet zetten. Het risico op onder meer hoefbevangenheid is dan aanwezig.

Dat opbouw van weidegang nodig is, heeft te maken met suikers in het gras, waaronder fructaan. Gras dat heel hard groeit bevat veel suikers en fructaan en wanneer de nachten nog koud zijn is dit probleem groter. Normaalgesproken zit er ongeveer 10% suiker in gras, maar in het voorjaar kan dat dubbel zo veel zijn. Hoge suikergehalten zijn vooral gevaarlijk voor paarden met spijsverteringsproblemen en paarden die gevoelig zijn voor suikers. Dat zijn paarden met aandoeningen zoals EMS, insulineresistentie, PPID en hoefbevangenheid.

Paarden hebben bovendien een gevoelig maagdarmstelsel, dat moet wennen aan aanpassingen in het rantsoen. Bij de overgang van stal naar weide gaat je paard van een dieet van hooi of voordroogkuil, naar vers gras. Het kost tijd voordat de darmen hieraan gewend zijn. De enzymproductie in de dunne darm moet op gang komen, om de suikers in vers gras te kunnen verteren. En de bacteriën in de dikke darm en de blinde darm moeten zich ook aanpassen, zij zorgen voor de fermentatie van de vezels en verwerking van het fructaan. Bij de vertering van fructaan komt melkzuur vrij en als de darmen daar nog niet mee om kunnen gaan, kan te veel gras leiden tot  verzuring van de darminhoud. Dat levert darmklachten en koliek op. Bouw weidegang dus altijd langzaam op!

Opbouw weidegang

Om de darmen langzaam te laten wennen is het handig om te beginnen met beperkte weidegang, bijvoorbeeld een half uur of uurtje. Je kan het dan elke twee a drie dagen met een uur uitbouwen. Hoe langzaam of hoe snel je kan gaan met deze opbouw, is per paard en per ras verschillend. Over het algemeen moet je met koudbloeden, IJslanders en Friezen wat voorzichtiger zijn dan met warmbloeden. Paarden die eerder hoefbevangen zijn geweest hebben een zeer voorzichtig schema nodig.

Geef voorafgaand aan de weidegang wat hooi of voordroogkuil, zodat je paard niet met een lege maag de weide in gaat. Dat helpt ook om dunne mest te voorkomen. Begin met de weidegang op ochtenden dat het bewolkt is en ’s nachts niet heeft gevroren. Bouw de weidegang langzaam uit richting de middag. Ook strookbegrazing kan een oplossing zijn, daarbij geef je elke dag een klein strookje nieuw gras, door steeds het stroomdraad te verschuiven. ’s Nachts beweiden kan voor zeer gevoelige paarden een oplossing zijn. Voor hen kan ook een grasmasker helpen, al hebben veel paarden hier een hekel aan.

Darmen ondersteunen met kruiden

Het is verstandig om voorafgaand aan het weideseizoen even kritisch naar je paard te kijken. Heeft hij voldoende weerstand en is het maagdarmstelsel gezond? Dit kan je zien aan de vacht en aan de mest. Als je paard last heeft van zijn darmen, hij een doffe vacht heeft, wat vermoeid oogt of een bolle buik heeft met veel gas, dan kan een opkikker voor de darmen een goed idee zijn. Kruiden zijn hiervoor een uitstekende oplossing.

In het wild zoeken paarden de hele dag naar allerlei kruiden om te eten. Onze paarden hebben in de winter meestal niet de keuze om kruiden te eten. Mocht je twijfelen of de darmen van je paard wel optimaal functioneren, dan kan je een kruidensupplement voor de darmflora geven.

Bronnen:

De gevaren van voorjaarsgras

https://www.paardenarts.nl/kennisbank/giftige-planten/


Heltieblog
Menu sluiten
Heltie
1